Egberdina zeilen 2

De geschiedenis van de 'Egberdina'

geschiedenis Egberdina 1De geschiedenis van de 'Egberdina' begint in 1882. In dat jaar werd de 'Egberdina' gebouwd als zeilvrachtschip voor de Nederlandse rivieren. Vanaf 1929 voer ze als motorvrachtschip en sinds 1988 als zeilpassagiersschip.De Egberdina' is één van de vijf oudste grote zeilschepen waarmee in Nederland nog wordt gezeild. Het is een platbodem en niet zomaar één, het is een stevenaak. Stevenaken zijn bijzondere schepen. Ze werden gebouwd in een periode waarin voor het eerst ijzeren zeilschepen gebouwd werden. De overgang van houten naar ijzeren zeilschepen in Zuid Nederland begon met de stevenaak. Ze werden maar gedurende een jaar of 15 gebouwd, zodat er tegenwoordig nog maar heel weinig stevenaken zijn.

De leeftijd van de 'Egberdina', haar uiterlijk en de staat waarin zij verkeert maken haar tot een historisch monument. Het uiterlijk is slechts zeer beperkt aangepast aan de eisen van de moderne passagiersvaart: het silhouet laat nog steeds een schip zien zoals het in 1882 rond had kunnen varen. Het instandhouden van dit bijzonder stuk cultureel erfgoed is bij de eigenaar van de 'Egberdina' dan ook een belangrijke doelstelling.

Op zoek naar de oorsprong

Historisch onderzoek naar de geschiedenis van de stevenaak 'Egberdina' viel niet mee. De schepen werden rond 1880 namelijk op het oog gebouwd, zonder tekeningen. Bovendien was men niet erg strikt in de naamgeving: een stevenaak kon in de overdrachtpapieren vermeld staan als rijnaak, aakschip of soms zelfs als klipperaak.
Volgens de meetbrief (’n soort doopcel) van de 'Egberdina' is het schip gebouwd in 1882 in Ridderkerk. Er staat echter niet bij op welke werf in Ridderkerk. Veel van de werven waar stevenaken gebouwd zijn lagen in Ridderkerk, Dordrecht en Lekkerkerk. Tijdens de watersnoodramp van 1953 zijn veel van de archieven van deze werven, zo er al archieven waren,  veelal verloren gegaan.

De eerste onderzoeksbron was het kadaster. Voor hypothecaire leningen moest een schip in het kadaster staan ingeschreven en op die manier is tevens de geschiedenis van het schip bijgehouden met een lijst van opeenvolgende eigenaren. Vanaf 1905 moesten sowieso alle vrachtschepen bij het kadaster staan ingeschreven en in 1929 werd dat verplicht voor alle schepen.

De 'Alberdine'

Uit archiefonderzoek van het kadaster bleek de 'Egberdina' voor de eerste keer in het kadaster genoteerd te zijn op 16 oktober 1905. Het schip heette toen 'Alberdine', was groot 132 ton en kreeg het brandmerk "568 Sneek 1905". Het schip stond toen geregistreerd als een 'ijzeren aak-schip'. We mogen uit de omschrijving aannemen dat de 'Alberdine' hier nog een paviljoen-stevenaak is, omdat de woonruimte zich onder het verhoogde achterdek bevond, het zgn. paviljoen.

geschiedenis Egberdina 2De eerstvolgende keer dat we de 'Alberdine' tegenkomen is op 3 juli 1929. Het is een aanvraag voor een nieuwe teboekstelling door Hendrik de Groot Kzn. De omschrijving van het schip is nu een 'motoraakschip' met stuurhuis en mechanisch voortbewogen door een Grade motor.

De 'Alberdine' is in 1929 dus al geheel gemotoriseerd en voor die tijd heel modern: een motor in de machinekamer en een stuurhut boven het achterdek. In die tijd voeren de meeste voormalige zeilschepen nog met een opduwer erachter, of met een zijschroef waarbij de motor op het voordek stond en er een lange schroefas langs het schip liep.
Voor die machinekamer moest de woning van de schipper en een deel van de vrachtruimte worden opgegeven, waardoor het schip ca. 10 ton minder kon laden (dit kwam ook deels door het gewicht van de motor). Om toch ’n verblijfplaats te hebben werd voor de schipper een nieuwe roef (’n overdekt deel van een vrachtschip dat tot verblijf dient) geplaatst. Deze roef hing deels in het laadruim.

Op 12 juli 1929 wordt de 'NV Deventer IJzergieterij en Machiene-fabriek voorheen J.L. Nering en Co' te Deventer de nieuwe eigenaar van de 'Alberdine'. Deze machinefabriek houdt het schip tot 27 maart 1930.

Deze verwisseling van eigenaar lijkt erop te duiden dat Hendrik de Groot zijn schuld aan de machinefabriek niet heeft kunnen voldoen  en dat daarom het schip in handen van de schuldeiser is overgegaan. Het is namelijk bekend dat in die periode meer schippers die vroeg investeerden in de motorisering van hun schip door de beurskrach van1929 in financiële problemen raakten. Het is door dit gegeven tevens waarschijnlijk dat de motorisering kort voor 1929 plaats.

In 1930 koopt Harmen Dirk Kruidhof, schipper te Dordrecht, de Alberdine. De 'NV Deventer IJzergieterij en Machiene-fabriek voorheen J.L. Nering en Co' te Deventer blijft middels een hypotheek echter schuldeiser voor een bedrag van Fl. 10.850,- (€ 4.923,52).

Harmen Dirk Kruidhof verkoopt het schip na ruim 9 jaar op 14 juni 1939. Hierna volgen kort op elkaar verschillende eigenaren, waaronder een aantal 'handelaren in schepen'.

De 'Albatros'

In 1941 koopt Kornelis van der Werf, schipper te Bierum, de 'Alberdine'. Waarschijnlijk kwam hij Fl. 2.400,- tekort, wat blijkt uit een hypotheek van zijn vader Dirk van der Werf. Hij geeft het schip in 1945 de naam 'Albatros' en houdt het schip onder deze naam tot januari 1988. In het 'Rijnschepenregister' van 1951 komen we de 'Albatros' dan ook tegen. Hier staat bij de bouwwerf een vraagteken, terwijl als motorvermogen 20 Pk wordt opgegeven.

Kornelis van der Werf heeft het schip zijn leven lang gehouden. Tot 1986 voer hij er jaarlijks mee in de suikerbietencampagne van de Wieringermeer naar Groningen. In 1988 overleed hij op 71 jarige leeftijd in zijn thuishaven Delfzijl.

geschiedenis Egberdina 3Kornelis van der Werf onderhield zijn schip prima. Toen vlak na de oorlog het 'vlak' (het onderwaterschip) door slijtage slechter werd nam hij geen halve maatregelen: het hele vlak en de kimmen (de ronding van de scheepsbuik) werden tot de waterlijn vernieuwd. Dit nieuwe stalen vlak werd op ouderwetse wijze aan de spanten geklonken. Ook de roef werd verbouwd, evenals de stuurhut, die van 'het beste hout dat er is' gemaakt werd. Het hele schip was geteerd, het beste behoud voor een ijzeren schip. De teer is zover in het ijzer gedrongen dat bij slijpwerkzaamheden 3 mm dik nog steeds teerresten worden gevonden.

De zoon van Kornelis van der Werf, Dirk, is in 1947 geboren aan boord van de 'Albatros' en heeft er vele reizen op meegevaren. Hij vaart nog altijd in de binnenvaart, nu op de kempenaar 'Albatros 5'. Toen hem gevraagd werd naar het schip was zijn eerste vraag hoe het schip zeilt, “want het is zo scherp als een scheermes" zei hij. Zelf heeft hij de zeiltijd niet meegemaakt. Hij kan zich wel een korte laadmast met een giek herinneren, waaraan op het IJsselmeer wel eens een slingerzeil werd gehesen. Maar de 'Albatros' was toen al lang een motorschip.

De 'Albatros' voer door heel Nederland, naar Duitsland, maar ook naar België en Frankrijk. Zo werd er gevaren met turfbalen en met grote ladingen vlas. Dit vlas was zo licht dat het in hoge deklasten op de luikenkap werd gestapeld. Er kon dan alleen nog gestuurd worden vanaf het dak van de stuurhut. Met vlas werd gevaren van b.v. de Noordoostpolder of de Wieringermeer naar Roesselaer en de Leye in België. Daarnaast werden in het najaar suikerbieten vervoerd van de Wieringermeer naar Groningen. Ook werd er gevaren met kolen en ertsen, van Amsterdam naar Delfzijl, maar ook wel vanuit Rotterdam de Rijn op.

Een enkele zomer werd het schip ingezet om mosselen van de Waddenzee naar de Oosterschelde te brengen. Binnen 36 uur moest de lading weer overboord worden gezet in de Oosterschelde, omdat anders de mosselen dood gingen. Voor deze lading bleek de 'Albatros' zeer geschikt: slechts weinig schepen konden in die tijd zo snel deze afstand afleggen. Het schip voer in die tijd met een Glockner Deutz van 83 PK.

De bouwwerf van de Egberdina is ook bij Dirk van der Werf niet bekend. Hij weet dat zijn moeder hiernaar gezocht heeft, maar zonder resultaat. Wel is de naam van 'Giessen de Noord' genoemd. In het boek 'Binnenvaartschepen' wordt bij de 'Albatros' Kinderdijk vermeld als herkomst. In ieder geval was 1882 het bouwjaar en dat is zeker.

De 'Egberdina'

In 1988 koopt Joop Baayens met zijn vrouw Gaby de 'Albatros'. Zij veranderen het schip drastisch en brengen het weer in de staat waarin het nu verkeert. Zij zijn de eersten in de zeilende chartervaart die een schip inrichten puur voor dagtochten. Op dat moment varen er enkel schepen met slaapaccommodatie in de chartervaart. De dagtochtenmarkt staat nog in haar kinderschoenen. Zij kiezen voor een nieuwe naam, naar de moeder van Joop Baayens: de 'Egberdina'.

Joop Baayens is scheepstimmerman èn schipper. Hij gebruikt voor de verbouwing van het interieur het warme iroko-hout dat onder zijn handen een heel bijzondere uitstraling krijgt. Doordat hij het schip voor zichzelf bouwt kan hij veel energie in het timmerwerk stoppen. De massieve paneelbetimmering roept een sfeer op die eerder doet denken aan een klassiek zeiljacht dan aan een traditioneel vrachtschip.

geschiedenis Egberdina 4De tuigage wordt getekend door Theo Dokman van TD-Sails. Het schip wordt getuigd als een klassiek jacht: er komt zoveel zeil op te staan dat het bij windkracht 5 moet reven (= het zeil kleiner maken). In vergelijking met andere charterschepen voert de Egberdina veel zeil. Daarom is de overige tuigage (stagen, mast e.d.) extra zwaar uitgevoerd.

De inrichting van de 'Egberdina' wordt in de volgende jaren verder bijgeschaafd en aangepast aan de wensen van de gasten. Bovendeks worden aanpassingen gedaan voor het comfort: er wordt een kuip met zitplaatsen gerealiseerd en het dek wordt met teak-hout bekleed. Het silhouet van de stevenaak anno 1882 blijft echter behouden: een schitterend schip met een grote salon onderdeks en een kleine roef achterop; een schip dat er van buiten uitziet zoals het in 1882 rondvoer.

Sinds april 1996 is de 'Egberdina' eigendom van Wouter van Dusseldorp en zijn partner Greetje de Vries.

geschiedenis Egberdina 5 motor